(1964, Mikhael Kalatozov)
Soy Cuba opent met een,
al dan niet aan elkaar gemonteerd, longshot dat ons laat zien hoe mooi, puur en
ongerept Cuba is. Ook het longshot waarin de camera van het dakterras naar het
zwembad beweegt, geeft ons een indruk van de pracht en praal die Cuba te bieden
heeft. Cuba is in deze film een personage; ze heeft een vrouwelijke stem die
ons vertelt wie ze is en wat ze te bieden heeft. Op het moment dat we deze stem
voor het eerst horen, zien we een onderaanzicht van een aantal bomen dat tot in
de hemel lijkt te reiken. We zien de schoonheid van Cuba, en de mogelijkheden
voor het land lijken onbegrensd.
De film laat ons vier
verschillende verhaallijnen zien, waarin vier inwoners van Cuba centraal staan.
De verhaallijnen laten zien hoe de inwoners omgaan met het heersende politieke
regime. We zien hoe Maria genoodzaakt is haar geld te verdienen als ‘Betty’,
hoe Pedro slachtoffer wordt van op geld beluste landheren, hoe Enrique een
vrouw beschermt tegen barbaarse westerlingen (Amerikanen!) en we zien hoe
Mariano zich aansluit bij de rebellen, om te strijden tegen het huidige regime.
Per verhaallijn wordt
het verzet van de onderdrukte inwoners heviger. Waar Maria zichzelf nog
verkoopt om een inkomen te hebben, laten de andere personages duidelijk merken
dat ze zich niet langer laten piepelen door het regime. Pedro verbrandt liever
zijn oogst, waar hij al zo lang van droomt, en tekent daarmee ogenschijnlijk
zijn eigen doodvonnis. Hij weet dat hij er niks aan over gaat houden, terwijl
hij er zo hard voor gewerkt heeft. Hij niks, dan zij ook niks.
De Amerikaanse
mariniers die met z’n allen achter een vrouw aan gaan, symboliseren wellicht
het afzetten van Cuba als land tegen de westerse maatschappij. De mariniers
zijn luidruchtig, lomp en onbeschoft. Dit geldt ook voor de westerlingen in de
bar waar ‘Betty’ haar inkomen verdient. De lokale inwoners hebben niets dan
minachting voor deze barbaren. Ze hebben geen idealen, maar smijten alleen maar
met geld om hun doelen te bereiken (“Nothing is innocent
in Cuba if you have enough dough.”).
Soms zijn er periodes
waarin de inwoners zich wel gelukkig voelen. Dit komt veelal tot uiting door
muziek, zang en dans. Een voorbeeld hiervan zijn ‘Betty’ die zich in de bar
even laat gaan op de dansvloer of de kinderen van Pedro die van zijn laatste
peso drinken en muziek kopen. De camera is op deze momenten ook levendig en
uitbundig; de camera weerspiegelt het gevoel van de inwoners. Dit blijkt
bijvoorbeeld ook uit de taxirit van ‘Betty’; deze scène verloopt stil, statisch
en ongemakkelijk.
Soy Cuba laat een sterk
contrast zien tussen diegenen die profiteren van het heersende regime en de
slachtoffers ervan. Dit doet ze vooral op visuele wijze, er is nauwelijks
sprake van dialoog of een narratief. Dit is ook niet nodig, omdat de beelden
zeer treffend en doelgericht zijn. De vrouwelijke stem Cuba biedt een manier om
ons te identificeren met Cuba, maar is eigenlijk overbodig. De beelden spreken
voor zich.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten