donderdag 10 juli 2014

SOY CUBA

(1964, Mikhael Kalatozov)

Soy Cuba opent met een, al dan niet aan elkaar gemonteerd, longshot dat ons laat zien hoe mooi, puur en ongerept Cuba is. Ook het longshot waarin de camera van het dakterras naar het zwembad beweegt, geeft ons een indruk van de pracht en praal die Cuba te bieden heeft. Cuba is in deze film een personage; ze heeft een vrouwelijke stem die ons vertelt wie ze is en wat ze te bieden heeft. Op het moment dat we deze stem voor het eerst horen, zien we een onderaanzicht van een aantal bomen dat tot in de hemel lijkt te reiken. We zien de schoonheid van Cuba, en de mogelijkheden voor het land lijken onbegrensd.

De film laat ons vier verschillende verhaallijnen zien, waarin vier inwoners van Cuba centraal staan. De verhaallijnen laten zien hoe de inwoners omgaan met het heersende politieke regime. We zien hoe Maria genoodzaakt is haar geld te verdienen als ‘Betty’, hoe Pedro slachtoffer wordt van op geld beluste landheren, hoe Enrique een vrouw beschermt tegen barbaarse westerlingen (Amerikanen!) en we zien hoe Mariano zich aansluit bij de rebellen, om te strijden tegen het huidige regime.

Per verhaallijn wordt het verzet van de onderdrukte inwoners heviger. Waar Maria zichzelf nog verkoopt om een inkomen te hebben, laten de andere personages duidelijk merken dat ze zich niet langer laten piepelen door het regime. Pedro verbrandt liever zijn oogst, waar hij al zo lang van droomt, en tekent daarmee ogenschijnlijk zijn eigen doodvonnis. Hij weet dat hij er niks aan over gaat houden, terwijl hij er zo hard voor gewerkt heeft. Hij niks, dan zij ook niks.

De Amerikaanse mariniers die met z’n allen achter een vrouw aan gaan, symboliseren wellicht het afzetten van Cuba als land tegen de westerse maatschappij. De mariniers zijn luidruchtig, lomp en onbeschoft. Dit geldt ook voor de westerlingen in de bar waar ‘Betty’ haar inkomen verdient. De lokale inwoners hebben niets dan minachting voor deze barbaren. Ze hebben geen idealen, maar smijten alleen maar met geld om hun doelen te bereiken (“Nothing is innocent in Cuba if you have enough dough.”).

Soms zijn er periodes waarin de inwoners zich wel gelukkig voelen. Dit komt veelal tot uiting door muziek, zang en dans. Een voorbeeld hiervan zijn ‘Betty’ die zich in de bar even laat gaan op de dansvloer of de kinderen van Pedro die van zijn laatste peso drinken en muziek kopen. De camera is op deze momenten ook levendig en uitbundig; de camera weerspiegelt het gevoel van de inwoners. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de taxirit van ‘Betty’; deze scène verloopt stil, statisch en ongemakkelijk.


Soy Cuba laat een sterk contrast zien tussen diegenen die profiteren van het heersende regime en de slachtoffers ervan. Dit doet ze vooral op visuele wijze, er is nauwelijks sprake van dialoog of een narratief. Dit is ook niet nodig, omdat de beelden zeer treffend en doelgericht zijn. De vrouwelijke stem Cuba biedt een manier om ons te identificeren met Cuba, maar is eigenlijk overbodig. De beelden spreken voor zich.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten